Midwinterhoorntocht Zevenaar Midwinterhoorntocht
Zevenaar
Midwinterverhalen
Donkere daoge veur Kerstmis
Ze waren al vroeg uit de veren, de midwinterhoornblaozers van Bergh. Uitgenodigd waren ze om een bijdrage te leveren aan het goed verlopen van de Midwinterwandeling in Lievelde. Een eind uit de buurt van Bergh. Kan het nog Achterhoekser dan Lievelde, zou ik willen zeggen. Veel mensen wonen er niet in dit verstopte kerkdorpje. Laten het er eens duizend zijn. Dan zal het wel ongeveer op zijn.

Grote kans dat er vele malen meer boze geesten rondwaren in deze contreien. Zeker met dit weer. De lucht is grauw het landschap grijs en afgezien van wat dolende kraaien hoog in het zwerk, lijkt de wereld uitgestorven.

De eenzame wandelaar zal het weinig moeite kosten zich op dit moment en in deze omgeving te realiseren dat deze dagen de donkere dagen voor Kerst genoemd worden. De landerijen, de velden, de boerderijen, het bosschage, alles ademt droefgeestigheid uit en niets wijst er nog op dat het Kerstkind spoedig geboren zal worden. Het is druilerig en het is moeilijk voor te stellen dat engelen spoedig de hemel zullen bevolken. Zelfs de diepst gelovige burger zal diep in zich voelen dat dit een dag is, die voorbestemd is een dag te zijn van de Witte Wieven.

Juist op deze dag reppen onze midwinterhoornblazers zich richting hun plek in het bos. De kraag opgestoken , de handen diep in de zakken en de gedachten bij moeder de vrouw, die gemoedelijk thuis bij de warme kachel zit.

Eén schrale troost hebben ze: verderop wacht de vuurkorf, die ze weliswaar zelf moeten aansteken, maar die hen weldra zal verwarmen tijdens het blazen op de hoorn. Hun klanken zullen spoedig de wandelaars naar buiten lokken. Af en toe een enkel woord wisselend, maar grotendeels in hun eigen gedachten verzonken, stappen Berend en Evert-Jan stevig door.

Het kan niet ver meer zijn. Ergens op een splitsing van drie wegen moet hun standplaats zijn en moet dus ook de vuurkorf met het benodigde hout zich bevinden. "Ah, daar zal je het hebben", zegt Berend, "ik zie de vuurkorf al staan". "Hm, beaamt Evert-Jan. "inderdaad, maar ik zie geen houtblokken. Waar kunnen die zijn? Die kunnen toch niet vergeten zijn"!

Onze beide blazers kijken nog even rond , maar zien in de verste verte geen houtblokken voor de vuurkorf. "Gejat" gromt Berend, kan het nog bonter"?

Na nog wat rondsnuffelen besluiten ze toch maar even een telefoontje te plegen naar de organisatie. Inderdaad de houtblokken zijn gejat maar ze worden direct opnieuw aangeleverd. Tien minuten later zijn de nieuwe houtblokken er en kan de vlam in de vuurkorf. De lucht blijft grauw , het begint zelfs een beetje te miezeren, maar het weerhoudt onze beide blazers, noch de vele wandelaars er van, om te genieten van de buitenlucht. Afwisselend kun je tot ver in de omtrek de oerklanken van de hoorns van Berend en Evert-Jan horen, beantwoord door hoorns honderden meters verderop. De verkondiging van de geboorte van het Kerstkind is daar!

Of het 'Kiendje Jesus' zelf ingegrepen heeft of dat de midwinterhoornblazers met hun droefgeestige klanken van de hoorns de boze geesten verjaagd hebben? We zullen het nooit weten, maar feit blijft, dat sinds de midwinterhoornblazers hun post bij de vuurkorven hadden ingenomen en de eerste klanken de natuur in geslingerd hadden, er geen blok hout meer is gestolen . . .

Uit de Kerstbundel "Donkere Daoge" van Skuk Horzel.
Login NIEUW!